Het grondbedrijf heeft reserves die dienen als financiële buffer, dit noemen we het weerstandsvermogen. Als in deze reserves ruimte ontstaat die niet nodig is voor risico's of lopende projecten, wordt deze vrije ruimte jaarlijks overgeheveld naar de algemene dienst. Dit noemen we de winstafdracht. Op basis van de meest recente ramingen is er in 2025 echter geen vrije ruimte beschikbaar om af te dragen.
De belangrijkste reden hiervoor is dat wij voorzichtig omgaan met het uitgeven van gerealiseerde winst. Volgens de boekhoudregels (BBV) moeten wij winst nemen op basis van de voortgang van de projecten. Deze gerealiseerde winsten voegen we toe aan het weerstandsvermogen van het grondbedrijf, en is in principe direct besteedbaar. Wij hanteren echter de spelregel dat we deze winst pas uitgeven wanneer een project voor minimaal 50% verkocht is. Tot die tijd blijft deze winst gereserveerd binnen het grondbedrijf. Daarnaast wordt in de reserves geld achtergehouden voor toekomstige risico's en voor kosten die niet direct aan specifieke projecten zijn toe te rekenen.
In 2025 is wel een bedrag van € 4,6 miljoen aan de algemene dienst afgedragen voor de betaling van de vennootschapsbelasting. Dit bedrag was opgenomen in de begroting en heeft daarom geen invloed op het jaarresultaat.
Uit het overzicht van de reserves blijkt dat het vrij besteedbaar vermogen in 2025 tijdelijk een tekort laat zien. Zoals ook bij de begroting is toegelicht, hoeft dit tekort niet te worden aangevuld vanuit de algemene middelen. Binnen het weerstandsvermogen is namelijk al voldoende winst gereserveerd waarvan wordt verwacht dat deze in 2026 vrij beschikbaar komt. Met het vrijvallen van deze winst zal het tijdelijke tekort weer worden ingelopen.
Een nadere toelichting op het verloop van het weerstandsvermogen van het grondbedrijf is opgenomen in deze programmarekening bij de paragraaf Grondbeleid en in het Meerjaren Perspectief Gebiedsontwikkeling Almere (MPGA) 2026.
bedragen x € 1 miljoen
oorzaak | begroting | rekening |
|---|---|---|
reserves grondbedrijf 1-1-2025 (harde vermogen) | 91,9 | 91,9 |
winstneming 2025 | 15,1 | 22,3 |
overige wijzigingen (verliesvoorzieningen, afsluitingen en overige kosten/opbrengsten) | -2,2 | 2,9 |
reserves grondbedrijf 31-12-2025 (harde vermogen) - vóór afdracht | 104,8 | 117,1 |
reservering winst projecten <50% | -66,3 | -68,7 |
overige reserveringen | -42,0 | -47,1 |
direct beschikbaar vermogen / harde buffer | -3,9 | 1,3 |
afdracht voor te betalen vennootschapsbelasting | -4,6 | -4,6 |
vrij besteedbaar vermogen (-/- = tijdelijk tekort) | -8,5 | -3,3 |
Ontwikkeling harde vermogen grondbedrijf
Op 1 januari 2025 was de reserve van het grondbedrijf (het harde weerstandsvermogen) bijna € 92 miljoen. Op basis van de verslaggevingsregels moeten wij vanuit de grondexploitaties jaarlijks winst nemen naar rato van de voortgang. Deze winst bedroeg in 2025 totaal € 22,3 miljoen, wat is toegevoegd aan het weerstandsvermogen. De overige wijzigingen van € 2,9 miljoen bestaan onder andere uit de actualisatie van de verliesvoorzieningen, afsluiting van een aantal (deel)projecten en diverse overige kosten en opbrengsten. Daarmee komt het weerstandsvermogen eind 2025 vóór winstafdracht uit op € 117,1 miljoen.
Reserveringen binnen het harde vermogen
Binnen het gerealiseerde harde vermogen doen we diverse reserveringen waarvoor we het geld vasthouden in de reserve. Zo keren we de winst pas uit als een project voor meer dan 50% verkocht is. Daarom reserveren we hiervoor € 68,7 miljoen.
Daarnaast reserveren we nog € 47,1 miljoen voor diverse overige bestemmingen, zoals de risico's van negatieve grondexploitaties, netcongestie en nagekomen kosten voor afgesloten deelprojecten. Ook hebben we alvast rekening gehouden met de effecten van diverse nieuwe ontwikkelingen, zoals de 1e fase van de High Tech Campus, het nieuwe Ontwikkelingsplan Hortus en de projectopdracht voor het NCCW-terrein. In de paragraaf grondbeleid wordt dit allemaal verder toegelicht.
Beschikbaar voor afdracht en vrij besteedbaar
Na alle wijzigingen is er per saldo € 1,3 miljoen aan direct vrij beschikbaar vermogen. Over de (fiscaal) gerealiseerde winst in 2025 moeten we vennootschapsbelasting betalen. Om dit te kunnen betalen wordt hiervoor € 4,6 miljoen afgedragen aan de algemene dienst, zoals begroot. Daarna is er een negatieve vrije ruimte van € -3,3 miljoen. Dit is slechts tijdelijk en wordt vooral veroorzaakt door de winstreservering die wij nog doen op basis van onze eigen spelregel dat we deze pas afdragen boven de 50% voortgang. Naar verwachting zal een (groot) deel van deze winst in 2026 alsnog kunnen vrijvallen, doordat projecten over de 50% voortgang gaan. Daarmee zal het tijdelijke tekort dan weer worden ingelopen, waardoor een aanvulling uit de algemene middelen in 2025 niet nodig is.
Het zachte - nog te verdienen - vermogen
Naast het al verdiende (harde) vermogen kijken we ook naar het nog te verdienen (zachte) vermogen. Met de nu lopende grondexploitaties verwachten we nog € 449 miljoen winst te maken. Er zijn echter nog veel risico's en onzekerheden. Ook moeten we over de winst nog vennootschapsbelasting betalen. Na aftrek van deze risico's en reserveringen is het nog te verdienen vermogen € 53 miljoen. Ook als alle verwachte risico’s optreden, verwachten we dus nog steeds een positief resultaat op de lopende grondexploitaties. Ook dit wordt verder toegelicht in de paragraaf Grondbeleid .
