Eigen Vermogen
Het eigen vermogen is het 'spaargeld' van de gemeente. Dit valt in de volgende delen uiteen:
- Algemene reserves:
- buffer, voor onbekende risico's en begrotingstekorten;
- risicoreserve (saldireserve), voor bekende risico's;
- Algemene reserves grondbedrijf;
- Bestemmingsreserves;
- Jaarrekeningresultaat.
Per 31 december 2025 zit er € 492 miljoen in onze reserves (inclusief resultaat 2025). Dat is iets meer dan vorig jaar. Het grootste deel hiervan is gereserveerd voor verwachte risico's of specifieke bestemmingen. De buffer toont de 'vrije ruimte' binnen het eigen vermogen, en dient als dekking voor toekomstige begrotingstekorten en onverwachte risico's.
De jaarrekening laat zien dat er eind 2025 in totaal € 134 miljoen in de buffer zit. Hier gaat het resultaat over 2025 nog af. Dat is € 45,3 miljoen. Tekorten in de komende jaren zullen we ook uit de buffer moeten betalen. In de kwartaalrapportages laten we ieder kwartaal zien hoe we verwachten dat de buffer zich de komende jaren zal ontwikkelen.
Voorzieningen
Naast ons eigen vermogen hebben wij ook geld gereserveerd voor toekomstige verplichtingen en risico’s. Volgens onze boekhoudregels moeten wij voor toekomstige verplichtingen geld reserveren. Deze reserveringen noemen we onze voorzieningen. Het verschil met het eigen vermogen is dat de raad de bestemming van het geld dat wij in ons eigen vermogen reserveren kan wijzigen. Voorzieningen mogen volgens de boekhoudregels alleen maar gebruikt worden voor het doel waarvoor dit gereserveerd of ontvangen is, en zijn dus niet vrij te besteden voor de raad.
In totaal hebben wij per 31 december 2025 ongeveer € 85 miljoen in onze voorzieningen opgenomen. Hiervan is € 18 miljoen gereserveerd voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot arbeidskosten. Dit heeft vooral betrekking op de pensioen- en wachtgeldverplichtingen van (voormalig) leden van het college van Burgemeesters en Wethouders. Ook is er met ingang van 2022 een voorziening gevormd voor het verlofsparen van medewerkers, als gevolg van een wijziging in de CAO.
Daarnaast is er € 11 miljoen gereserveerd voor diverse verplichtingen en risico’s richting derden. Het gaat hier om contractueel vastgelegde verplichtingen en bijdragen die we op enig moment moet kunnen nakomen of waarop we kunnen worden aangesproken, zoals bijvoorbeeld het kostenverhaal Oosterwold.
Tot slot hebben we iets minder dan € 56 miljoen gereserveerd voor toekomstige verplichtingen met betrekking tot onderhouds- en vervangingskosten van de riolering en het gemeentelijk vastgoed.
