Ambitie
Groot onderhoud en vervangingen
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
Beheer en vervanging in de openbare ruimte
In 2025 is er gewerkt aan het actualiseren van het Strategisch Assetmanagementplan (SAMP) zoals eerder vastgesteld in 2022. Bij deze vaststelling is afgesproken deze elke vier jaar te actualiseren. Sinds de eerste oplevering zijn er stappen gezet in het nauwkeuriger kunnen analyseren van het areaal (data op orde). Vanuit deze data gedreven professionalisering komen er inzichten naar voren voor het langere termijn onderhoudsmodel. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen structurele middelen die op de lange termijn nodig zijn om de stad goed te kunnen beheren en de korte termijn knelpunten waar we in de nieuwe raadsperiode echt niet omheen kunnen om de veiligheid van de openbare ruimte te waarborgen. Naar verwachting zal het nieuwe SAMP halverwege 2026 opgeleverd worden.
Asfalt
De maatregeltoets voor de wegen die een D kwaliteit (meest urgente categorie) hebben zijn getoetst en voor 2026 op het programma gezet. De wegen met een C kwaliteit (aandacht vereist) worden in 2026 getoetst en voor de komende jaren geprogrammeerd.
De werkzaamheden aan de Gooimeerdijk West zijn afgerond. De Gooimeerdijk Oost is met de Asfalt Recycle Train voorzien van een nieuwe deklaag. Een deel moet nog worden hersteld omdat de stroefheid onvoldoende was. Dat gaat dit jaar hersteld worden.
Grootschalig onderhoud
In 2025 is het grootschalig onderhoud in Muziekwijk Zuid verder uitgevoerd en dat in De Hoven voorbereid. Daarnaast zijn de eerste knopen doorgehakt over de wijkonderhoudsprojecten die daarna volgen: Muziekwijk Noord, Danswijk en De Marken. Door deze projecten nu goed voor te bereiden, verwachten we het tempo van het grootschalig onderhoud in de komende periode steeds verder op te kunnen voeren. Dit is hoognodig gezien de verzakkingen en achteruitgang van de openbare ruimte die we in steeds meer wijken zien.
Wat hadden we gepland (begroting)
Bij de vorige begroting is een belangrijke stap gezet om meer grip te krijgen op het toekomstig beheer van onze ouder wordende stad. Hiervoor is extra geld nodig. De komende jaren wordt daarom elk jaar extra geld beschikbaar gesteld binnen de gemeentebegroting. Zoals bij de vorige begroting afgesproken, wordt op dit moment door een externe partij nog eens goed gekeken of het benodigde geld goed berekend is. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in het nieuwe Strategisch assetmanagementplan (SAMP), dat we begin 2026 richting raad willen sturen.
In deze begroting wordt het vorig jaar opgestelde programma voor groot onderhoud en vervangingen voor het eerst bijgesteld. Hierbij geldt dat voor vervangingsinvesteringen sinds vorig jaar wordt geleend. De vervangingskosten van bijvoorbeeld een brug worden daarom niet meer in één keer afbetaald, maar gespreid over de hele levensduur.
Een belangrijk onderdeel van het programma voor groot onderhoud en vervangingen is het asfaltonderhoud. We krijgen namelijk steeds meer zicht op de staat van het asfalt, welk onderhoud de komende jaren nodig is en wat de toekomstige beheerkosten zijn. Bij deze begroting zorgen we dat in de rest van deze raadsperiode genoeg geld is voor groot onderhoud van de Gooimeerdijk. Voor het asfalt in de rest van de stad moeten we voor nu volstaan met tijdelijke reparaties. Richting toekomst zal naar verwachting meer geld nodig zijn om het ouder wordende asfalt goed te kunnen blijven beheren. Dit nemen we mee in de actualisatie van het SAMP.
Uitdagingen en kansen voor het groenonderhoud
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
Er is in 2025 bezuinigd op groenonderhoud. Dit heeft effect gehad op de openbare ruimte, vanuit het vakgebied hebben we deze effecten in 2025 zo veel mogelijk proberen te mitigeren. Zo zijn bijvoorbeeld initieel de plantenbakken in het centrum wegbezuinigd, maar is er toch invulling gegeven aan het vergroenen van stadscentra middels een besluit op besteding van parkeergelden. Zo handelen we ook niet meer direct op bewonersmeldingen gerelateerd aan groen en is het gras in de openbare ruimte langer dan voorheen maar kijken we met oog voor ecologie waar dit een impuls geeft voor biodiversiteit.
Daarbij is het nieuwe Bomenkader vastgesteld. Dit biedt 7 uitgangspunten die de hoofdbomenstructuur van Almere waardeert en beschermt. Zo is er nu een collegebesluit benodigd voordat bomen uit de hoofdbomenstructuur gekapt kunnen worden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wanneer dit toch moet gebeuren wordt de bomencompensatieladder gehanteerd wat het groene karakter van Almere een verder impuls geeft.
Wat hadden we gepland (begroting)
De rijkdom aan groen is een van de grote krachten van Almere. Door klimaatverandering wordt voldoende groen en stimuleren van de biodiversiteit alleen maar belangrijker. Zowel bij het beheer als de ontwikkeling van de stad blijven we daarom zoeken naar mogelijkheden om meer ruimte te geven voor bomen, hitteplekken aan te pakken en het aanwezige groen te versterken. Dit doen we onder andere met het extra geld dat hiervoor aan het begin van deze raadsperiode is vrijgemaakt.
Hier staat tegenover dat er moet worden bezuinigd binnen de begroting, waarschijnlijk ook op het groenonderhoud. Sommige voorgestelde bezuinigingen bieden kans om de stad nog groener te maken. Tegelijkertijd zal met minder geld op een minder hoog niveau kunnen worden beheerd, waardoor groen dat duurder in het onderhoud is soms moet verdwijnen en bijvoorbeeld woekerkruid minder goed kan worden aangepakt. En met minder beheergeld blijft natuurlijk ook minder ruimte over om in extra groen te investeren. Dit maakt het een enorme uitdaging om een goede balans te vinden tussen het beperken van de beheerkosten en het toch benutten van kansen om verder te vergroenen.
Een toekomstbestendige ontwikkeling van de stad
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
In financieel moeilijke tijden is het maken van keuzes onvermijdelijk. Het inzichtelijk maken en adviseren op dergelijke keuzes is daarmee van groter belang. D e integrale afstemming op gebied van onderhoud en (door)ontwikkeling wordt mede daardoor urgenter met het ouder worden van de stad. In het speciaal voorafgaand aan nieuwe ruimtelijke plannen en de nadere uitwerking hiervan.
Ruimtelijk gezien hebben we dit gedachtengoed beter ingebed en zijn er mooie integrale stappen gezet. Zo wordt middels het zogenoemde ‘beheeraspecten proces’ geadviseerd op de beheerbaarheid van ontwikkelingen. Hierbij wordt ook een beheerkosten exploitatie (BEX) berekend en krijgt het onderhoud van de stad een beter geborgen positie in ruimtelijke planvorming, met meer inzicht op de impact van langere termijn beheerlasten.
Wat hadden we gepland (begroting)
In financieel moeilijke tijden zoals deze kan het voorkomen dat tegelijkertijd wordt bezuinigd op het beheer van de bestaande stad én wordt geïnvesteerd in aantrekkelijke ontwikkelgebieden. Die investeringen zijn niet meer dan logisch. Om nieuwe woningen te kunnen verkopen, helpt een aantrekkelijke openbare ruimte nu eenmaal. Tegelijkertijd is het moeilijk uitleggen dat aan de ene kant bruggen worden verwijderd en aan de andere kant juist in veelvoud worden aangelegd. Of dat aan de ene kant asfaltwegen steeds minder goed begaanbaar zijn en aan de andere kant mooie, gloednieuwe bestrating wordt aangelegd die in het latere beheer moeilijk te betalen zal zijn.
Het is dan ook zaak om hier goed naar te blijven kijken. Bij de ontwikkelplannen voor de stad moet stevig blijven worden getoetst op hoe de openbare ruimte later goed en betaalbaar beheerd kan worden. Hierbij willen we toewerken naar een beperkte set aan standaard opties voor de inrichting van de openbare ruimte. Waar mogelijk wordt de impact van gebiedsontwikkelingen op de toekomstige beheerkosten nadrukkelijker betrokken bij de politieke besluitvorming. Alleen zo kunnen we ervoor zorgen dat wat nu zo prachtig wordt aangelegd er ook in de toekomst nog mooi bij kan liggen.
Van afval naar grondstof
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
Het totale recyclingpercentage over 2025 was ongeveer 44% en is daarmee op het niveau van 2024 gebleven. De Europese doelstelling is 60% daadwerkelijke recycling in 2030.
Afvalscheiding en restafval
De hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval is in 2025 met circa 1% gestegen, van 285 naar 290 kg per inwoner. Daarmee is de doelstelling van een daling van 2% niet behaald. Om beter inzicht te krijgen in het scheidingsgedrag is in 2025 ingezet op een combinatie van data-analyse, afvalcoaches en gerichte communicatie. Afvalcoaches hebben inwoners actief benaderd bij containerlocaties en via huisbezoeken. Met rode en gele advieskaarten is direct feedback gegeven op het scheidingsgedrag.
Gft en organische reststromen
De vervuiling in gft-stromen is in 2025 afgenomen, wat wijst op beter scheidingsgedrag.
De totale hoeveelheid ingezameld gft is echter gedaald van 11.121 ton in 2024 naar 10.687 ton in 2025. Ondanks deze daling heeft de verbeterde kwaliteit van het gft geleid tot een toename van het hergebruik van organisch afval (bijvoorbeeld voor compost en biogas).
Hoogwaardige recycling
In 2025 is ingezet op het verhogen van de kwaliteit van recycling door:
- betere nascheiding van pmd (plastic, metaal en drinkverpakkingen) uit restafval;
- intensievere samenwerking met verwerkers;
- pilots voor demontage van grof afval, waaronder de opening van een demontagehal naast het Upcyclecentrum.
Grof afval en hergebruik
Het recyclingperron in Almere Buiten is in 2025 verder ontwikkeld tot een milieustraat met een hergebruikperron. Inwoners merken dit doordat:
- bruikbare goederen apart kunnen worden ingeleverd;
- samenwerking met kringlooppartners en sociale partners zichtbaar is op locatie (waaronder ook nieuwe partners zoals IKEA);
- meer begeleiding aanwezig is bij scheiding en hergebruik.
Daarnaast is gestart met demontage van grof afval, zoals meubilair, om waardevolle grondstoffen terug te winnen en producten waar mogelijk te repareren. Hierbij is sinds de start in september 2025 circa 50.000 kilo aan bankstellen gedemonteerd in waardevolle deelstromen. De totale hoeveelheid aangeboden grofvuil via de grofvuillijn is gestegen van 4.666 ton in 2024 naar 4.883 ton in 2025.
Het hergebruik van grof afval is toegenomen, al is verdere opschaling nodig om grotere effecten te realiseren.
Afvalstoffenheffing
De afvalstoffenheffing is in 2025 meer kostendekkend geworden, in lijn met het bezuinigingsvraagstuk. Het verschil in tarief tussen een- en meerpersoonshuishoudens is formeel in stand gebleven, maar in de praktijk relatief kleiner geworden door stijgende kosten en harmonisatie van tarieven.
Conclusie
In 2025 zijn belangrijke stappen gezet richting beter afval scheiden en meer hergebruik, met name door gedragsbeïnvloeding en kwaliteitsverbetering van afvalstromen. Hoewel de doelstelling voor vermindering van restafval niet is behaald, zijn er wel positieve tendensen zichtbaar op het gebied van scheidingsgedrag, gft-kwaliteit en hoogwaardige recycling. Verdere opschaling van succesvolle maatregelen blijft noodzakelijk om de Europese doelstellingen in de komende jaren te realiseren.
Wat hadden we gepland (begroting)
In 2025 continueren we de inzet op het beter scheiden van het resterend afval, met als doel te komen tot meer hergebruik. Daarbij wordt in eerste instantie vooral ingezet op het kwalitatief en kwantitatief beter inzamelen van het gft-afval. Daarvoor wordt gewerkt met afvalcoaches, data-analyse, betere voorlichting, de inzet van rode- en gele advieskaarten en handhaving. Al deze acties moeten ertoe leiden dat de hoeveelheid fijn huishoudelijk afval in 2025 met tenminste 2% per inwoner daalt.
Vaak kunnen we veel dingen die in ons grof afval zitten nog repareren of uit elkaar halen om te gebruiken als grondstof voor iets anders. We proberen dit te doen door in te zetten op meer hergebruik en hoogwaardiger recycling. In 2025 gaan we de recyclingperrons doorontwikkelen naar milieustraten door ze in samenwerking met lokale partners te voorzien van een zogenaamd 'hergebruikperron'. Hiervoor is in 2024 een succesvolle pilot gedaan in Almere Buiten. Ook zijn we voornemens producten die nu nog worden verbrand (bijvoorbeeld bankstellen en meubilair) te demonteren naar waardevolle reststromen en indien mogelijk ze te repareren. Om het hergebruik zoveel mogelijk te bevorderen, onderzoeken we nieuwe mogelijkheden voor het aan huis ophalen van grof huishoudelijk afval in te voeren. Hierbij is de gescheiden inzameling van stromen het uitgangspunt.
Van dergelijke maatregelen gaat eveneens een dempend effect op de afvalstoffenheffing uit. Deze laatste wordt in het kader van het bezuinigingsvraagstuk meer kostendekkend, waarbij het verschil in tariefstelling tussen een- en meerpersoonshuishoudens in stand blijft.
Afronding nieuw afvalinzamelingssysteem
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
Hoogbouw
De aansluiting van hoogbouw op het nieuwe inzamelsysteem is in 2025 gerealiseerd. Inwoners merken deze veranderingen doordat:
- PMD niet meer apart hoeft te worden aangeboden;
- nieuwe (ondergrondse) inzamelvoorzieningen beschikbaar zijn;
- communicatie en begeleiding is ingezet bij de overgang.
De uitrol is complexer gebleken dan bij laagbouw. Volledige aansluiting loopt door tot in 2027.
Ondergronds Afvaltransportsysteem (OAT)
In 2025 is het OAT aangesloten op het gecombineerde inzamelsysteem.
Wat hadden we gepland (begroting)
In 2024 is de laagbouw van Almere aangesloten op het nieuwe inzamelsysteem, waarbij inwoners hun plastic, metaal en drankverpakkingen niet meer apart hoeven aan te bieden. Dit mag bij het restafval en wordt dan later door een machine van elkaar gescheiden. Dit maakt het voor de inwoners makkelijker.
In 2025 wordt de hoogbouw van Almere verder op dit systeem aangesloten en wordt een aanvang gemaakt met (ver)nieuwde grondstofstraatjes, waar inwoners van de hoogbouw verschillende afvalsoorten kunnen aanbieden. In de loop van 2026 wordt dit afgerond. Ook het Ondergronds Afvaltransportsysteem (OAT) wordt in 2025 aangesloten op de gecombineerde inzameling van restafval en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drankpakken (pmd).
We werken aan een schoon en opgeruimd Almere
Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording)
Aanpak afvaldumpingen
In 2025 is de ‘Aanpak afvaldumpingen’ voortgezet en verder uitgebreid. Daarbij is de volgende aanvullende aanpak verricht:
- Hogere zichtbaarheid in de wijk door gebiedsgerichte aanpak.
- Actief adresonderzoek en opvolgende gesprekken door afvalcoaches met overtreders. Geïntensiveerde samenwerking met VTH en data-verzameling om probleemlocaties sneller en gerichter te identificeren en oplossingen aan te dragen.
Resultaten en effecten
De aanpak heeft op lokaal niveau effect gehad Tegelijkertijd is het aantal afvaldumpingen in 2025 toegenomen en is het ingezamelde tonnage gestegen van 2.774 ton in 2024 naar 3.115 ton in 2025. De meldingsbereidheid van inwoners is toegenomen, wat duidt op grotere betrokkenheid en bewustwording. Daarnaast is de schoonbeleving in delen van de stad verbeterd, al blijft dit sterk afhankelijk van de locatie.
De resultaten laten zien dat de aanpak effectief is op specifieke locaties, maar nog onvoldoende leidt tot een structurele afname van afvaldumpingen op stedelijk niveau. De aanpak vraagt daarom om blijvende en gerichte inzet, met nadruk op opschaling van succesvolle maatregelen en het continu monitoren van nieuwe hotspots.
Wat hadden we gepland (begroting)
Ook in 2025 zetten we in op het verder tegengaan van afvaldumpingen via onze ‘Aanpak afvaldumpingen’. We voeren sinds 2022 pilots uit in de stad met als doel een schoon Almere en minder afvaldumpingen. Voorbeelden hiervan zijn: het adopteren van een (ondergrondse) containerplek, informerende borden met handelingsperspectief, locatiegerichte aanpak hotspots en een aanpak nieuwbouw.
Doelstellingen bij dit programma
Wat hadden we gepland (begroting) | Wat hebben we gerealiseerd (verantwoording) |
|---|---|
|
|
|
|
|
|
|
|
