Inleiding
De gemeente Almere is constant in beweging om doelstellingen te behalen. Om onze doelstellingen te bereiken leggen we een pad af waarbij we ook risico’s zullen tegenkomen. Risicomanagement gaat om het wegnemen van die risico’s én om het realiseren van kansen. Hiervoor is het belangrijk dat we de risico’s goed beheersen. Dit doen we door ze in kaart te brengen, beheersmaatregelen te treffen en bij de uitvoering goed de vinger aan de pols te houden. Op die manier kan risicomanagement een versterkend onderdeel zijn van de besluitvorming. In deze paragraaf geven we inzicht in de risico’s die financiële impact kunnen hebben en de manier waarop we de risico’s opvangen als deze zich voordoen.
Kaders en definities BBV
Om te bekijken hoe goed wij de financiële gevolgen van risico’s op kunnen vangen gebruiken wij het weerstandsvermogen. We gebruiken de definitie uit het BBV. Volgens artikel 11 van het BBV bestaat het weerstandsvermogen uit de relatie tussen:
- de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Dit noemen we de beschikbare weerstandscapaciteit.
- alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit.
Het weerstandsvermogen uitgedrukt als ratio:

Bij een ratio van 1 zijn de reserves net zo groot als de risico’s. De gedachte hierachter is dat dan genoeg geld in deze ‘spaarpot’ zit om tegenvallers te betalen.
We maken onderscheid tussen de algemene dienst en het grondbedrijf op het moment dat we het hebben over risico’s en de manier waarop we die beheersen. Hierna leggen wij beide stromen uit.
Algemene dienst
De algemene dienst zijn de ‘normale’ taken die een gemeente uitvoert. Dus bijvoorbeeld, welzijn, jeugdhulp en Wmo, beheer en onderhoud van de stad, vergunningverlening, bedrijfsvoering. Als we het weerstandsvermogen voor de algemene dienst berekenen kijken we naar:
- Beschikbare weerstandscapaciteit: de algemene reserve is de direct beschikbare weerstandscapaciteit. Onze algemene reserve bestaat uit de risicoreserve en de buffer.
- Benodigde weerstandscapaciteit: De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag dat nodig is om alle risico’s waarvoor geen (of onvoldoende) maatregelen zijn getroffen, in financiële zin af te dekken. We noemen deze risico’s de bekende risico’s. Voor het berekenen van de risico’s hanteert de gemeente, zoals uitgeschreven in de kadernota reserves en buffers, een tijdshorizon van 5 jaar.
Naast de bekende risico’s zijn we ons ook bewust van risico’s die op het moment van risico identificatie niet in beeld zijn, de onbekende risico’s. De risicoreserve dekt de bekende risico’s af. Het gedeelte van de algemene reserve dat dan overblijft (buffer) is onder andere beschikbaar als dekking voor de onbekende risico’s.
afbeelding: versimpelde weergave van algemene reserve ten opzichte van risico's
Grondbedrijf
We zijn als gemeente Almere één van de grootste grondbedrijven in Nederland. Het grondbedrijf heeft een eigen systeem van risico-inventarisatie en risicobeheersing. Het ‘grondbedrijf’ is niet daadwerkelijk een apart bedrijf. We zijn één gemeente, met één gezamenlijke begroting. Dus als het grondbedrijf niet genoeg geld heeft om alle risico’s op te vangen, dan zal de algemene dienst dit opvangen.
Weerstandscapaciteit (risicoreserve) van het grondbedrijf
In de paragraaf grondbeleid staat een uitgebreide toelichting op de risico’s en reserves van het grondbedrijf. Hierna volgen de hoofdpunten. Het grondbedrijf heeft een eigen risicoreserve. Hiervoor worden verschillende namen gebruikt, vaak noemen we het harde vermogen en het zachte vermogen.
Het harde vermogen is geld wat al verdiend is met grondverkopen
Dit geld zit in een reserve om risico’s op te vangen. Als er meer geld in het harde vermogen zit dan risico’s, dan is er sprake van vrije ruimte die wordt overgeheveld naar de algemene dienst. Dit noemen we de winstafdracht van het grondbedrijf.
Het zachte vermogen is geld dat nog verdiend kan worden met toekomstige grondverkopen
Toekomstige winst is onzeker. Ook hier wordt de eis gesteld dat het vermogen hoger moet zijn dan de risico’s. Als de ingeschatte risico’s hoger zijn dan de toekomstige winst, dan zetten we extra ‘hard’ geld opzij.
Risico's
Risico’s binnen de algemene dienst
In de volgende paragraaf volgt een overzicht van de risico’s binnen de algemene dienst. Daarmee worden de risico’s bedoeld die te maken hebben met het uitvoeren van alle gemeentelijke taken, behalve die van het grondbedrijf. Deze risico’s worden twee keer per jaar geactualiseerd, bij de eerste en derde financiële kwartaalrapportage. Op deze momenten stellen wij ook een risicoparagraaf op voor de programmarekening en de programmabegroting. Als er tussentijds aanleiding is om risico’s bij te stellen of nieuwe risico’s toe te voegen dan kan dat ook bij de tweede en vierde kwartaalrapportage.
Risico’s binnen het grondbedrijf
We maken binnen het grondbedrijf kosten die terugverdiend moeten worden met de verkoop van grond. Dit heet de boekwaarde. Daarnaast moet er de komende jaren ook nog meer geïnvesteerd worden om grond verkoopklaar te maken. De economische omstandigheden spelen hierbij een rol. Dit betekent dat inkomsten niet vanzelfsprekend zijn en ook kunnen tegenvallen. Ook kunnen kosten hoger uitvallen dan nu ingeschat. Omdat het om grote bedragen en onzekerheden gaat is het belangrijk om de risico’s binnen het grondbedrijf goed in beeld te hebben.
De risico’s van het grondbedrijf zijn onder te verdelen in drie categorieën:
- Algemene risico’s. Dit zijn risico’s die voor 100% binnen de reserve van het grondbedrijf worden afgedekt.
- Risico’s van negatieve (verliesgevende) grondexploitaties. Deze risico’s worden ook afgedekt binnen de reserve van het grondbedrijf (harde buffer), tegen het kans percentage. Dat doen we omdat als deze risico’s zich voordoen dat ons direct geld kost.
- Risico’s van positieve grondexploitaties. Deze risico’s worden niet afgedekt binnen de reserve van het grondbedrijf. Als deze zich voordoen dan zal de winst lager zijn, maar is er nog steeds sprake van winst. We brengen deze risico’s daarom in mindering op de toekomstige winstverwachting (zachte buffer).
We beschrijven de risico’s elk jaar uitgebreid in het MPGA. In de paragraaf Grondbeleid gaan we in op de omvang van het weerstandsvermogen van het grondbedrijf. We hebben daar ook een toelichting op de risico's opgenomen.
We hebben genoeg buffers voor onze risico's
We moeten voldoende geld in onze reserves hebben om onze verwachte risico's kunnen opvangen. Daarnaast moeten we een buffer aanhouden voor onverwachte risico's. We hebben verwachte risico’s berekend ter hoogte van € 39,7 miljoen. Dat is inclusief € 1,1 miljoen voor frictiekosten bij de bezuiniging op communicatie. Dit hebben we ook gereserveerd in de risicoreserve. In totaal reserveren we voor deze verwachte risico's ook 39,7 miljoen. De reserves bij het grondbedrijf zijn ook voldoende om de risico’s van het grondbedrijf op te vangen.
Daarnaast hebben we een buffer algemene dienst van € 134 miljoen begin 2026. De buffer is er voor onverwachte risico's en het tijdelijk kunnen betalen van tekorten in onze begroting. Richting 2030 daalt dit naar € 7,3 miljoen door de begrotingstekorten in de aankomende jaren. In totaal onttrekken we € 126,4 miljoen voor deze tekorten in de aankomende jaren, dit presenteren we in onderstaande tabel als risico. Daardoor hebben we nu dus maar € 7,3 miljoen aan vrije ruimte beschikbaar. Het is van belang om maatregelen te nemen om tekorten in ons perspectief op te lossen zodat de buffer op peil blijft. We hebben hier nog geen rekening gehouden met mogelijke winsten van het grondbedrijf.
In 2025 zijn alle projectvertragingen in de risicoreserve gestort, om in de jaren 2026 en verder weer uit de reserve te onttrekken. Dit hebben we ook zo gemeld in de kwartaalrapportages (derde en vierde kwartaal 2025, en eerste kwartaal 2026). Het gaat om € 34 miljoen in 2025. Als we die optellen bij de verwachte risico's komt de stand van de risicoreserve op € 77,9 miljoen.
In onderstaande tabel is te zien dat we de verwachte risico's kunnen opvangen met de daarvoor bestemde reserves.
bedragen x € 1 miljoen
| risico’s | reserve | weerstandsratio |
|---|---|---|---|
Risico’s Algemene dienst (stand 1-1-2026) | 77,9 | 77,9 | 1,0 |
Buffer Algemene dienst (stand 1-1-2026) | 126,4 | 133,7 | 1,1 |
Harde vermogen grondbedrijf (stand 1-1-2026) | 117,6 | 117,6 | 1,0 |
Zachte vermogen grondbedrijf (stand 1-1-2026) | 395,2 | 448,0 | 1,1 |
Totaal | 717,1 | 777,2 | 1,1 |
De totale weerstandsratio komt uit op 1,1 door de buffer. Dit wordt door de toezichthouder als ‘voldoende’ aangemerkt.
bedragen x € 1 miljoen
Er is genoeg geld in de risicoreserve en buffer (gezamenlijk de 'algemene reserve') van de algemene dienst, om de risico’s op te kunnen vangen. Richting 2030 zal de buffer afnemen door de verwachte begrotingstekorten en wordt de algemene reserve minder groot. We zullen tijdige maatregelen moeten nemen om een tekort in de buffer te voorkomen.
