Leningenportefeuille
Op 1 januari 2025 hadden we een vaste schuld van € 481 miljoen. Doordat er leningen aflopen of doordat we nieuwe investeringen doen moeten we regelmatig nieuwe leningen aantrekken. In 2025 hebben wij € 80 miljoen aan nieuwe leningen aangetrokken en voor € 30 miljoen aan leningen afgelost. Per 31 december 2025 hebben wij nog € 531 miljoen aan vaste schulden.
Treasury beleid
Gemeenten mogen niet speculeren met rente. Dit staat in de wet Financiering decentrale overheden (FIDO). We willen als gemeente natuurlijk zo weinig mogelijk rente betalen, maar ook geen onnodige risico's lopen. Leningen met een korte looptijd zijn normaliter gemiddeld 1 procentpunt goedkoper dan leningen met een lange looptijd. Maar de rente van leningen met een korte looptijd kan ook snel stijgen. Daarom schrijft de wet voor dat gemeenten een mix moeten hebben van kortlopende en langlopende leningen. Hiervoor staan 2 normen in de wet:
- de kasgeldlimiet;
- de renterisiconorm.
Ook zijn er regels wat gemeenten moeten doen als ze zelf teveel geld in kas hebben. Ze mogen dit alleen aan andere overheden uitlenen of bij het Rijk onderbrengen. We noemen dat 'schatkistbankieren'. De gemeente Almere heeft eind 2025 een tijdelijk overschot in kas, dit geld hebben wij bij het Rijk ondergebracht.
De kasgeldlimiet bedraagt € 106 miljoen
De kasgeldlimiet houdt in dat de gemeente maximaal 8,5% van het begrotingstotaal met kortlopende leningen en schulden mag financieren. Dit komt neer op een kasgeldlimiet in 2025 van circa € 106 miljoen. We mogen de limiet maximaal 2 kwartalen op rij overschrijden. Als we ook daarna boven deze grens zitten, moeten we onze toezichthouder informeren. Dat is het college van gedeputeerde staten van Flevoland. In het 1 e kwartaal en het 2 e kwartaal 2025 hebben wij de kasgeldlimiet overschreden. In het 3 e kwartaal 2025 hebben wij deze overschrijding opgelost doordat wij langlopende leningen hebben aangetrokken.
schulden
bedragen x € 1 miljoen
We letten goed op de renterisiconorm
De limiet houdt in dat het totaal aan verplichte aflossingen en renteherziening in een jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal mag zijn. Anders loopt de gemeente het risico dat de rentekosten sterk toenemen, als ook de rente sterk stijgt. Bij het afsluiten van nieuwe langlopende leningen houden we daar dus rekening mee. Bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat die niet allemaal in hetzelfde jaar afgelost moeten worden. Wanneer we toch meer langlopende leningen moeten aantrekken dan verwacht, en we daardoor niet binnen de norm blijven, overleggen we vooraf met de provincie. In 2025 zijn we ruim onder de renterisiconorm gebleven.
Renteontwikkeling
Om de treasuryfunctie goed uit te kunnen oefenen is het belangrijk om een zo goed mogelijke inschatting van de renteontwikkelingen te maken. Dat is niet gemakkelijk. Of de rente gaat stijgen of dalen hangt van veel factoren af. Bijvoorbeeld van de economische groei, het begrotingssaldo van het Rijk, de inflatie, het consumentenvertrouwen, de politieke spanningen in de wereld en de rentevisie van grote banken.
De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de afgelopen jaren veel geld in de economie gestoken. Hiermee wilden ze de tegenvallende voorspellingen voor economische groei en inflatie tegengaan. Dit drukte de rente naar een heel laag niveau, en was deze zelfs negatief.
In 2022 en 2023 jaar heeft de ECB door de oplopende inflatie en de oorlog in Oekraïne tienmaal de herfinancieringsrente verhoogd van 0,00% naar 4,50%. De rente die de ECB betaalt aan banken die geld bij hun aanhouden is eveneens verhoogd van -0,50% naar 4,00%. Vanaf het 2e halfjaar 2024 heeft de ECB als gevolg van de dalende inflatie de herfinancieringsrente en depositorente in meerdere stappen verlaagd naar 2,15% respectievelijk 2,00%. De verwachting is dat de ECB de herfinancieringsrente in 2026 niet verder zal verlagen.
De rente voor kortlopende leningen is in 2026 gedaald van circa 2,70% naar 2,00%. De verwachting is dat deze in 2026 stabiel zal zijn. De rente voor vaste geldleningen met een looptijd van 10 jaar is gestegen van 2,35% naar 2,95%. We verwachten dat deze rente zich in 2026 tussen de 3,00% en 4,00% zal bewegen.
